Beslag: goud, bestaande uit een compleet slot, sluitend van achter naar voor. Het gekrulde en gebolde filigreinwerk is gecombineerd met de bolletjes die horen bij de granulatietechniek en vormen samen een palmetpatroon van bolletjes en rozetten in reliëf op muiter en aanzetstuk en op de klamp een bijbehorend patroon in een baluster vorm. In stippelgravure staan de initialen G.v.B. en het jaar 1841 gestoken. Gekeurd ‘Leeuwarden’, Edelsmid: Pieter Adama, het desbetreffende meesterteken heeft hij alleen tussen 1833 en 1835 geslagen.