Beslag: goud, bestaande uit een compleet slot in drie delen. Bestaat uit gekruld en gesoldeerd filigrainwerk in een asymmetrisch dubbel bladvormig draadkader, midden op de klamparm zit een filigrain rozet. Op de muiter is een geciseleerde en gegraveerde vrouw te zien met een bos bloemen in haar hand, zij representeert het seizoen, zomer. Op het aanzetstuk staat een soortgelijke vrouw maar nu met een mof om haar handen, zij representeert het seizoen, winter. Gekeurd Rotterdam, Jaarletter: 1766, Edelsmid: Jan Marusz. de Bruin