Beslag: zilver, bestaande uit een volledige band met pen en sluitoogarm. De volledig machinaal gestanste en vergulde band toont, op het voorplat de afbeelding van een jager met lans en valk, een vrouw met valk, een hond, een haas en een opvliegende vogel. Op het achterplat een hoornblazende jager en een vluchtende haas, twee honden en een opvliegende vogel. Beide scènes zijn geplaatst tussen krullende ranken met bladeren, in een eierlijst-kader. De gegoten klamparm toont een tulp tussen Rocaille C’s. Het is gekeurd met ongeïdentificeerd tekens namelijk B in superscript AV als monogram in liggende rechthoek met puntige zijden, een kruis in een cirkel, 13 in contour en een N in ovaal. Duitsland, 19de eeuw