Deze techniekenlijst staat op alfabetische volgorde net zoals Het zilverlexicon: voor Nederland en België. Er is ook voor een alfabetische volgorde gekozen omdat dit vele malen sneller zoekt. Het nadeel is dat de technieken die elkaar opvolgen zoals, *vijlen, *schuren, *slijpen en *polijsten niet achtereenvolgend staan. Uit Het zilverlexicon zijn alleen de technieken overgenomen die gebruikt zijn voor het maken van boekbeslag en de verschillende onderdelen die daar bij horen.

De woorden waar een o in superscript voor staat zijn termen die opgenomen zijn in de termenlijst, waarvan de meesten ook in Kneep en binding en in Het zilverlexicon voorkomen. De woorden waar een asterisk (sterretje) voor staat zijn technische termen die in deze lijst te vinden zijn.

Tevens is gepoogd om voor de meeste termen een Duits, Engels of Frans equivalent te vinden, dit is echter niet altijd gelukt. Mocht u een term in een andere taal weten die hier nog niet vermeld staat, neem dan a.u.b. contact met mij op door middel van het contactformulier. Na ontvangst zal gekeken worden of de voorgestelde term zal worden opgenomen.

Ciseleren
is een techniek waarbij het metaal wordt vervormd met ponsen waar de edelsmid met een ciseleerhamer op slaat, om de fijnere vormen in een object aan te brengen. Met een schrooipons  zet de edelsmid het te ciseleren reliëf met dunne lijntjes op de voorzijde uit. Vervolgens draait hij het object om en ciseleert het reliëf nauwkeurig met een hamer en ponsen uit. Ciseleren wordt ook toegepast om het oppervlak van een gegoten object bij te werken of te verfijnen, in welk geval er gesproken wordt van naciseleren omdat het niet de “hoofdtechniek” is.
D ziselieren E chase F ciseler

Drijven
is een techniek waarbij met hamers en staken of ponsen uit een plaat een ruimtelijk voorwerp of reliëf wordt gesmeed. Bij het drijven met hamers en staken wordt het metaal in de juiste vorm gesmeed. Daarna kan de edelsmid met ponsen fijnere vormen en gedetailleerde reliëfs in het voorwerp aanbrengen.
D treiben E raising F bretteler, emboutir, étirer

Gieten
is een techniek waarbij het metaal vloeibaar wordt gemaakt en in een van tevoren geprepareerde vorm wordt gegoten om er de verlangde vorm aan te geven. De edelsmid kan gieten in een metalen mal, gietzand of ossa sepia. Omdat boekbeslag uit kleine delen bestaat is gieten een vaak voorkomende techniek.
D gieβen E casting F fondre, couler

Legeren
is een samensmelting van twee of meer metalen waardoor er andere en vaak betere fysische eigenschappen zoals kleur, smeltpunt en hardheid, dan de oorspronkelijke metalen ontstaan.
D legieren E alloy F allier

Polijsten
is de laatste techniek die wordt uitgevoerd om objecten glanzend te maken. Tijdens het machinaal polijsten wordt de bovenlaag van een object verwijderd. Of de poriën worden dichtgedrukt, dit heet ook wel bruineren. Door deze bewerkingen wordt het oppervlak hoog glanzend.
D glätten, polieren E buff, burnish, polish F polir

Schuren
is een techniek waarmee de oedelsmid door middel van wrijving met schuurpapier schuurlinnen of een schuurmiddel een nog onafgewerkt en ruw oppervlak glad maakt. Hierdoor verliest het object wel gewicht.
D schmirgeln E sanding F polir á l’émeri

Slijpen
is een techniek waarmee de oedelsmid door middel van wrijving met een slijpmiddel een nog onafgewerkt en ruw oppervlak glad maakt. Hierdoor verliest het object wel gewicht.
D schleifen E grinding F meuler

Smeden
is een techniek waarbij met hamerslagen het metaal wordt vervormd en gemodelleerd, zodat er een object ontstaat. Het smeden kent drie hoofdbewerkingen. Ten eerste het rekken, dit is het verlengen van een stuk metaal onder gelijktijdige insnoering. Ten tweede het stuiken, dit is het verkorten van een stuk metaal onder gelijktijdige verdikking. Tot slot het buigen, dit is het manipuleren van het metaal door hamerslagen waardoor het de gewenste kant op gaat. Edelmetaal wordt koud gesmeed en niet zoals staal dat men alleen in hete staat kan vervormen. Wel is het rekristalliseren bij edelmetaal van belang. Tussen het smeden door moet het object verwarmd en dan weer snel afgekoeld worden om scheuren te voorkomen.
D schmieden E forge F forger

Solderen
is een techniek waarbij de oedelsmid verschillende onderdelen aaneen hecht met een vloeimiddel en soldeer dat ongeveer dezelfde samenstelling en smelttemperatuur heeft als de te verbinden onderdelen door middel van vuur. Het vloeimiddel wordt samen met het soldeer op de voeg tussen de te verbinden metalen aangebracht en vervolgens tot smeltens toe verhit. Beide te verbinden metaalranden moeten dezelfde tempratuur hebben anders hecht het soldeer niet. In dit stadium van verhitten schuilt ook het gevaar van oververhitting waardoor het hele object kan smelten.
D löten, soldieren E braze, solder F braser, souder

Stempelen
Met één of meer stalen stempels een afdruk aanbrengen in het metaal. Het stempelen van muntstukken heet munten. Het stempelen van een metaal tot een voorwerp op een pers heet persen en met behulp van een valhamer stampen. Het aanbrengen van de ogoud- en zilvermerken heet ook stempelen.
D punzieren, prägen E emboss, punch F battre, frapper

Vergulden
is een techniek waarmee de oedelsmid een dunne laag ogoud kan aanbrengen, zowel op metalen als op hout of gips. Hier zullen alleen de twee technieken die voor metaal gebruikt worden beschreven. De eerste is *vuurvergulden en de tweede en tegenwoordig het meest gebruikte, galvaniseren. Bij de eerste lost men goud op in kwik, brengt dit aan op het object en verhit het object. De kwik zal verdampen en het goud blijft achter. Bij de tweede is de bedoeling van het proces dat, door middel van elektrolyse, een dun laagje ogoud wordt neergeslagen op een metalen voorwerp.
D vergolden E gilding F dorer

Verzilveren
is een techniek waarmee de oedelsmid een dunne laag ozilver kan aanbrengen, zowel op metalen als op hout of gips. Hier zullen alleen de twee technieken die voor metaal gebruikt worden beschreven. De eerste is het doen samensmelten van zilver op een metaal (platting) en de tweede en tegenwoordig het meest gebruikte, galvaniseren. Bij de eerste klopt de oedelsmid een hele dunne zilverplaat over een object en verbindt de twee metalen door ze te verhitten. Bij de tweede is de bedoeling van het proces dat, door middel van elektrolyse, een dun laagje ozilver wordt neergeslagen op een metalen voorwerp. De dikte van de zilverlaag wordt aangeduid door 84, 90 en 100 in het object te slaan. Het getal vermeld hoeveel gram fijn zilver is neergeslagen op een twaalfdelig tafelcouverts (twaalf lepels en twaalf vorken).
D versilbern E silver plating F argenter

Vijlen
is een materiaalbewerking waardoor men met een vijl fijne spaantjes van een werkstuk afneemt. Het vijlen maakt het metaaloppervlak vrij van grote oneffenheden zoals, soldeer, gietgallen en bramen (metalen uitsteeksels die na het zagen achterblijven). De vijlstreken worden weer verwijderd door *schuren, *slijpen en *polijsten.
D feuervergolden E fire gilding F dorer á l’amalgame, dorer au feu

Vuurvergulden
is een techniek waarmee men een dunnen laag ogoud kan aanbrengen op andere metalen. Het ogoud zal worden opgelost in kwik (dit mengsel heet goudamalgaam) waarna het met een kwast of door onderdompeling zal worden aangebracht op het basismetaal. Het kwik verdampt op het moment dat het geheel door middel van vuur is verhit. Ten slotte wordt het verguldsel met een messingborstel en zeepwater gepoetst. Dit is een schadelijke manier van vergulden omdat de kwikdampen zeer giftig zijn. Tegenwoordig is het daarom niet meer toegestaan.
D feuervergolden E fire gilding F dorer á l’amalgame, dorer au feu

Zetten
is een techniek waarbij de oedelsmid een siersteen in een zetting monteert. De slijpvorm van de steen bepaalt de wijze van zetten en de vorm van de zetting. Het komt niet heel veel voor dat stenen worden gemonteerd op boeken. Echter vooral in de middeleeuwen en tijdens de perioden die daarop terug kijken komen gezette stenen vaker voor.
D fassen E mounting F sertir