Deze termenlijst staat op alfabetische volgorde, in tegenstelling tot Kneep en binding: een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden die thematisch is ingedeeld. Er is voor een alfabetische volgorde gekozen omdat dit vele malen sneller zoekt. Het nadeel is dat het beslag, de verschillende sluitingen en alle andere onderdelen niet gegroepeerd bij elkaar staan. Uit Kneep en binding zijn alleen de delen overgenomen die gaan over boekbeslag en de verschillende onderdelen die daar bij horen.

Al de onderdelen van boekbeslag zijn over het algemeen klein dus verkleinwoorden zullen niet gebruikt worden. De woorden waar een o in superscript voor staat zijn termen die opgenomen zijn in deze lijst, waarvan de meesten ook in Kneep en binding en in Het zilverlexicon voorkomen. De woorden waar een asterisk (sterretje) voor staat zijn technische termen die in de techniekenlijst te vinden zijn.

Tevens is gepoogd om voor de meeste termen een Duits, Engels of Frans equivalent te vinden, dit is echter niet altijd gelukt. Mocht u een term in een andere taal weten die hier nog niet vermeld staat, neem dan a.u.b. contact met mij op door middel van het contactformulier. Na ontvangst zal gekeken worden of de voorgestelde term zal worden opgenomen.

Hierbij een schematische weergave van een boek met beslag en de daarbij behorende termen. Met dank aan de vrijgevigheid van Bernard van Noordwijk.

Aanzetstuk
metalen scharnierblad waarmee een °klamparm of °sluitlus vast, maar beweeglijk aan een plat is bevestigd.
F penture [v], platine [v] E hinge plate

Bakslot
metalen rechthoekige bak met een uitsparing en een V vormige insteekveer met daar bovenop een drukknop, deze delen kunnen in elkaar geschoven worden waarna het dicht zit. Dit is bijna altijd een onderdeel van de  °overslagsluiting. Wegens het geluid dat het dichtklikkende °bakslot maakt wordt het ook wel eens een knipje of knippie genoemd.

Beslag
(in ruimere zin) de elementen van metaal of ander hard materiaal die aan een boek zijn bevestigd, zowel afzonderlijk als in hun totaliteit. (in engere zin) datzelfde met uitzondering van de onderdelen van °sluitingen.
D (Buch)beschlag [m] E (metal) furniture, — fittings F ferrure, cabochons

Boekbeslag
Om het oppervlak van de bekleding te beschermen, kunnen er elementen van stevig materiaal (zoals metaal, hout, ivoor, been) op worden aangebracht (met nagels of klinknagels): op de platten oknoppen en ander oplatbeslag, aan de kanten okantbeslag en opootjes. Dit beslag kan, behalve zijn beschermende functie, ook een decoratieve functie hebben en heet dan ook wel osierbeslag (bijna altijd in edelmetaal uitgevoerd). Met de term ‘beslag’ duidt men ook enkele andere groepen van metalen elementen aan, die men aan een band kan aantreffen, m.n. ofenestra en okettingen, en ook wel de metalen onderdelen van sluitingen.

Borgplaatje / dekplaatje
afdekplaatje van een °sluitriem of °sluitlip op de plaats waar deze vast aan het plat is bevestigd.
D Abdeckblättchen [o], Schließenplättchen E strap plate

Brons
is een legering van koper (90%-70%) en tin (10%-30%). Het is een bruin en hard metaal dat goed gietbaar is. Als het gaat oxideren door blootstelling aan zuurstof of water dan zal het groen worden maar behoud het zijn kracht. oBrons zal zelden worden gebruikt voor boekbeslag.
D Bronze E bronze F bronze

Draagketting
°ketting, door middel van een ring aan de (boven-)kanten van beide °kettingklampen bevestigd, waaraan het boek gedragen kan worden.

Edelsmeden
is een neutrale benaming voor ogoud- en ozilversmeden. Op deze site zal de term edelsmeden gebruikt worden in plaats van ogoud- of ozilversmeden omdat de meesters die boekbeslag maken zowel een goud- als zilversmid kan zijn. Een veelvoorkomende misvatting, dat ogoudsmeden alleen met ogoud en ozilversmeden alleen met ozilver werken, zal hiermee ook uit de weg worden gegaan. Want het verschil tussen een ogoudsmid en een ozilversmid wordt bepaald door de technieken en gereedschappen die worden gebruikt niet door het materiaal.

Fenestra / titelvenster
doorzichtige (bv. hoornen) afdekking van een °titelschild of iets dergelijks op een °plat, bevestigd met een metalen rand.
F porte-étiquette

Goud
is een scheikundig element met symbool Au en atoomnummer 79. Het is een geel, zacht metaal dat door middel van verschillende bijzetmetalen verschillende kleuren kan hebben. De meest voorkomende kleuren zijn wit en rosé. Deze twee soorten worden eigenlijk niet gebruikt voor boekbeslag. In Nederland kennen we 24 karaat goud, dit is puur ogoud, maar is heel zacht. In Nederland komt 14 karaat (58,3% goud), 18 karaat (75%) en 22 karaat (91,7%) veel voor. oGoud oxideert niet, zelfs niet in zout water (iets dat bijna alle andere metalen na verloop van tijd oplost). Wel kan ogoud worden opgelost in kwik waarna de edelsmeden met dit mengsel andere metalen kunnen *vuurvergulden. Veertien karaat geel ogoud wordt sporadisch gebruikt voor boekbeslag de ander gehalten en kleuren veel minder al komt roségoud een enkele keer voor.
D Gold E gold F or

Goud- of zilvermerk
is een verzamelnaam voor alle verschillende keuren, merken en tekens die op zilver worden aangetroffen. De belangrijkste zilvermerken zijn de keurtekens en merken die oedelsmeden, fabrikanten, handelaars en het owaarborgkantoor er in afslaan. Denk hierbij aan omeestertekens, owinkelierstekens, ojaarletters, ostadstekens, ogehaltetekens en obelastingtekens.
D Silberpunze E silvermark F poinçon d’argent

Goudsmid
is een persoon die hoofdzakelijk met edelmetalen werkt en die vroeger bijna exclusief mannelijk was.  De misvatting, dat ogoudsmeden alleen met ogoud werken, is veelvoorkomend maar onjuist. De ogoudsmid vervaardigd en repareert sieraden en kleine objecten zoals ringen, armbanden en boekbeslag. Hij of zij maakt gebruik van handgereedschappen waarmee de smid *soldeert, *vijlt en soms ook *stenen zet, zittend aan een stavelij (een speciaal vormgegeven werkbank). Het verschil tussen een ogoudsmid en een ozilversmid wordt bepaald door de technieken en gereedschappen die worden gebruikt niet door het materiaal.
D Goldschmied E goldsmith F orfévrerie

Hoekstuk
element van het °platbeslag, aan een van de hoeken van een °plat geplaatst. Te onderscheiden in front- en rughoekstuk, onder- en bovenhoekstuk. Een hoekstuk is veelal met °kantbeslag tot één stuk verenigd.
D Eckstück [o], Schonerecke [v] E corner piece F cornière fv]

Kantbeslag
°beslag (meestal een dunne metalen °strip), dat aan de °kant van een °plat is aangebracht. Het kantbeslag kan zich ook over een deel van de buitenrand van het plat uitstrekken. Het kan ook met een °hoekstuk tot één stuk zijn verenigd. Een band, die van kantbeslag is voorzien, heet geschoeid.
D Kantenschutz E edge guard, (tail) edge shoe

Kantsluiting
Dit kan een sluiting zijn met °sluitlus en °-knop, of met °sluitoog en °sluitpin; ook de °klampsluiting is een kantsluiting.

Ketting
metalen ketting, aan een °plat bevestigd met een ring aan de okettingklamp, waarmee het boek aan een lessenaar vast kan worden gelegd. Een boek of band, die met zulk een ketting was vastgelegd, is een boek aan de ketting of kettingband.
D Kette [v] E chain F chaîne [v] • kettingband D Kettenband [m] E chained binding • kettingklamp D Kettenbefestigung [v] E chain attachment, clip,staple F bélière

Kettingklamp
metalen onderdeel, aan een oplat bevestigd waaraan een oog zit. Door dit oog gaat de ring die de okettingklamp aan de oketting verbind.

Klamparm
metalen onderdeel van een osluiting, aan het einde tot een klauw gebogen, dat in een omuiter kan grijpen, die door middel van een scharnier en oaanzetstuk op het plat is bevestigd. Zit er maar een op dan heeft het door middel van een oketting vastgezeten aan een boekenkast of lessenaar. Zij het er twee die tegenover elkaar bevestigd zijn dan heeft hier een odraagketting aan gezeten.
E shaft

Klampsluiting
°kantsluiting gevormd door een °sluithaak en een aan een °platkant of °-rand bevestigde °muiter. De sluithaak kan bevestigd zijn aan een °sluitlip of onderdeel zijn van een geheel metalen °klamparm die de afstand tussen de platten overbrugt en met een scharnier en °aanzetsruk aan het plat is bevestigd.

Klinkplaatje
metalen plaatje, dienend als hulpmiddel om een metalen voorwerp (bv. een °sluithaak of °aanzetstuk) op een laag ander materiaal, die zich tussen dit voorwerp en het klinkplaatje bevindt (bv. een °sluitriem of °sluitlip) te kunnen vastzetten (met klinknageltjes). Het klinkplaatje kan met de sluithaak enz. één geheel vormen.
E counter plate

Knop / dop
°beslag dat op een °plat is aangebracht en daar relatief ver boven uitsteekt. Knoppen kunnen massief zijn, of hol (uit plaatmateriaal gedreven, of gegoten). Ze kunnen de meest uiteenlopende vormen hebben. Vaak hebben ze een grondplaat. Tevens kunnen ze ook met elementen van het °platbeslag tot één stuk zijn verenigd.
D Buckel [m], Schonerknopf [m] E boss F bouillon [m], boulon [m]

Koper
is een scheikundig element met symbool Cu en atoomnummer 29. Het is een rood metaal dat goed *giet- en *smeedbaar is tevens staat het ook als roodkoper bekend. oKoper zal bijna altijd worden gebruikt al bijzetmetaal om ozilver mee te *legeren. Tevens is okoper het hoofdbestanddeel van het gele metaal omessing. Als het gaat oxideren door blootstelling aan zuurstof of water dan zal het groen worden en verliest het kracht. oKoper zal zelden worden gebruikt voor boekbeslag.
D Kupfer E copper F cuivre

Middenstuk
element van het °platbeslag, in het midden van een °plat geplaatst.
D Mittelstück E centre piece F ombilic [m]

Messing
is een *legering van koper (55-70%) en zink (45-30%). Het is een geel en zacht metaal dat goed *giet- en *smeedbaar is. Tevens staat het ook, foutief, als geelkoper bekend. oKoper is een zelfstandig scheikundig element en omessing is dat niet. Als het gaat oxideren door blootstelling aan zuurstof zal het donkerbruin worden. oMessing is het meest gebruikte metaal voor boekbeslag en in sommige gevallen is het *verguld of *verzilverd.
D Messing E brass F laiton

Muiter
metalen onderdeel van een °sluiting dat aan een °plat is bevestigd en waar een °sluithaak of klamparm in kan grijpen. De muiter is meestal vlak aan de rand van het °plat bevestigd, maar kan zich ook elders bevinden: (kant- resp.) platmuiter. Naar de vorm kan men onderscheiden: uitgesneden muiter, penmuiter, rolrandmuiter, omgezette muiter.
E catch, — plate F contre-agrafe [v]

Overslagsluiting
°platsluiting, waarbij aan een °overslag een °bakslot is gemaakt om het boek te sluiten. Deze sluiting is ook met °sluitlus of gat en °sluitknop/knoop, met °sluitoog en °pin of met °sluithaak en °muiter uitgevoerd. Wegens het geluid dat het dichtklikkende °bakslot maakt wordt het ook wel eens een knipje genoemd.

Platbeslag
°beslag dat op een °plat is aangebracht. Het platbeslag kan °hoekstukken en/of °middenstukken omvatten. °Knoppen kunnen er deel van uitmaken.

Platsluiting
°sluiting, waarbij het passieve onderdeel zich op het ºplat bevindt. Dit is meestal een sluiting met gat en °sluitknop/knoop of met °sluitoog en °-pin, ook wel met °sluithaak en °muiter; maar ook de °overslagsluiting is een °platsluiting.

Poot
°beslag dat loodrecht op de °onderkanten van beide platten is gemonteerd. Indien de poten van metaal zijn, kunnen ze met het °kantbeslag tot één stuk zijn verenigd. Er kunnen ook poten aan andere °kanten van de platten voorkomen.
F sabot

Riemsluiting
°platsluiting, gevormd door een lange °sluitriem, die aan een kant duurzaam bevestigd is aan een °plat, en aan de andere kant voorzien is van een gat, °sluitoog of °sluithaak. Het passieve onderdeel, °sluitpin, °muiter of °sluitgesp, bevindt zich veelal min of meer centraal op het andere plat.
E strap fastening D Langriemschließe [v]

Rugstrip
°strip, langs de °rugzijde van het °plat aangebracht. Vaak toegepast om °beschermruggen vast te zetten op het plat.

Sierbeslag
(in ruimere zin) de elementen van edelmetaal of ander hard materiaal (edelstenen of onedele metalen met emaille) die aan een boek zijn bevestigd, zowel afzonderlijk als in hun totaliteit. (in engere zin) datzelfde met uitzondering van de onderdelen van °sluitingen.
D (Buch)beschlag [m] E (metal) furniture, — fittings F ferrure, cabochons

Sluitgesp
gesp als onderdeel van een °riemsluiting.
D Schnalle [v]

Sluiting
voorziening aan een boekband, die voorkomt dat het boek onbedoeld opengaat. Er kan meer dan één sluiting aanwezig zijn. Sluitingen bevinden zich aan de °frontzijde en soms ook aan °kop- en °staartzijde: front-, kop-, staartsluiting. Indien een sluiting geheel of grotendeels van metaal is, noemt men haar ook wel slot (er komen echter soms ook echte afsluitbare sloten aan banden voor, hetgeen dan expliciet moet worden vermeld); de onderdelen van het slot kan men met slot- in plaats van sluit- benoemen (slothaak i.p.v. sluithaak, slotoog e.d.)
D Verschluß [m], (Buch)schließe [v] E fastening F fermoir [m] • frontsluiting E fore-edge closure • slot D Ganzmetallschließe [v]

W.K. Gnirrep, J.P. Gumbert en J.A. Szirmai. Kneep en binding: een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden. Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1992. P. 88.

(Sluit)klamp / (sluit)haak
metalen onderdeel van een °sluiting, aan het einde tot een klauw gebogen, dat in een °muiter kan grijpen. Indien het geheel uit metaal bestaat, heet dit een oklamparm. De sluithaak is meestal aan een °sluitlip bevestigd, maar kan ook uitgevoerd zijn als een geheel metalen oklamparm. De haak kan zich ook aan een °sluitriem of °overslag bevinden.
D (Schließ)spange [v], Haken [m], Haft [m] E clasp, hook, — plate F agrafe [v], griffe [v], patte [v] de fermoir • klamparm E shaft

Sluitknoop
vrij klein, plat-rond of bolvormig voorwerp, met een soepele steel aan een °plat bevestigd, waaromheen een °sluitriem, °sluitlus of °sluitsnoer kan worden vastgemaakt.
D Knopf [m] E button F bouton [m]

Sluitknop
klein rond metalen knopje met een stijve steel, aan een °plat bevestigd, waaromheen een °sluitlus kan worden bevestigd. Naar de plaats van bevestiging — op de °platkant, of op het vlak van het plat — als kant- of platknop te specificeren.
D Knopf [m] E bead, peg F bouton [m]

Sluitlip
korte strook °leer die het beweeglijke element vormt van een °kantsluiting. Het ene einde is blijvend bevestigd aan de rand van het ene °plat (met behulp van een °borgplaatje bv.) en het andere kan op enige wijze worden vastgemaakt aan het passieve element op de °kant van het andere plat. De sluitlip kan bij een °klampsluiting gereduceerd zijn tot weinig meer dan een leren scharnier waaraan de °sluithaak bevestigd is.
D Lederscharnier

Sluitlus
lus, gevormd uit koord, dunne riem, metaaldraad of dergelijk materiaal, waarvan het ene einde blijvend beweeglijk aan het ene °plat is bevestigd en het andere over een °sluitknop of °sluitknoop aan het andere plat kan vallen, als onderdeel van een °sluiting.
D Schlinge [v] E loop, sling

Sluitoog
doorboord stuk metaal (of ander hard materiaal), dat over een °sluitpin kan vallen. Het oog zit vaak in een °sluitriem, maar kan ook bv. met een koord bevestigd zijn; het kan zich ook in een °overslag bevinden (overslagoog).
D (Schließen)öse [v] E metal-rimmed hole, pin socket F oeillet, mortaise [v]

Sluitpin
metalen pin (zonder verdikking), loodrecht op de ondergrond aan een °plat bevestigd, waar een °sluitoog overheen kan vallen. Naar de plaats van bevestiging – op de °platkant, of op het vlak van het plat – als
kantpin of platpin te specificeren. [Niet: *doorn.] D Stift [m] E pin F tenon [m] • kantpin E edge pin • platpin E side pin

Sluitrichting
de richting van het °plat, waaraan het beweeglijke deel van een °sluiting is bevestigd, °sluiting waarbij het passieve onderdeel zich aan de °platkant bevindt. (van achter naar voor of voorwaarts, dan wel van voor naar achter of achterwaarts sluitend).

Sluitriem
lange strook °leer die het beweeglijk element vormt van een °platsluiting. Het ene einde is blijvend aan het ene °plat bevestigd en het andere kan op enige wijze worden vastgemaakt aan het passieve element op het andere plat. De blijvende bevestiging aan het plat geschiedt vaak met een metalen °borgplaatje; ook (sier)nagels kunnen hiervoor dienen.
D Schließenband [m], -riemen [m] E strap, ream F lanière [v] de cuir, bride

Sluitsnoer
algemene term voor °sluitveter, °sluittouw, °sluitlint.
D Schnur [v] E tie F Hen [m], lacet [m]

Sluitstift
staafje van stevig materiaal, bestemd om door een reeks °stiftogen te worden gestoken. De sluitstift kan ook een schrijfinstrument zijn.

Sluitveter / sluittouw / sluit lint
smalle leren riem, resp. koord, resp. reep textiel, als onderdeel van een °sluiting.
E leather tie F lanière de cuir • sluitlint D Verschließband E textile tie F ruban [m]

Stiftoog
ringetje (of buisje) van metaal of een ander materiaal, aan de °rand of °kant van een °plat bevestigd, waar een °sluitstift doorheen kan worden gestoken. De as van de opening loopt °verticaal.

Stiftsluiting
°sluiting (aan een dun boek), waarbij een losse °sluitstift door de op één lijn komende °stiftogen van beide °platten wordt gestoken.

Strip
°platbeslag, gevormd door een relatief smalle strook metaal, plat, of met halfrond of ander profiel.
D Schiene [v]

Striksluiting
°sluiting d.m.v. een paar van tegenover elkaar aan beide °platten aangebrachte matig lange °sluitsnoeren, die aan elkaar gestrikt worden.
D Bandschließe

Waarborg
dit is een instelling die controleert of de edelmetalen voldoen aan het juiste gehalte. Voorwerpen waarvan het gehalte voldoende is, worden voorzien van een ogoud- of ozilvermerk. Tegenwoordig is dat vaak alleen nog het omeester- en ogehalteteken en ojaarletter (al zijn er nog vele andere keuren die ze kunnen slaan). In de vorige eeuw hoorde daar ook nog het okantoorteken bij maar, nu er nog maar een Waarborgkantoor is heeft dat geen zin meer. Voor 1813 was dit de taak van het lokale Zilver- en Goudsmeden gilde die tevens het ostadsteken afsloegen. De meesters sloegen toen echter zelf hun omeesterteken in hun stukken af.
D Beschauamt E Assay Office F Bureau de Garantie

Wikkelsluiting
°sluiting d.m.v. een lang, aan één °plat (of aan de °overslag) bevestigd °sluitsnoer, dat om het boek (en/of om een °sluitknoop) gewikkeld wordt.
E wrapping band

Zilver
is een scheikundig element met symbool Ag en atoomnummer 47. Het is een grijs, zacht en in *gepolijste vorm uitermate glanzend metaal. Tevens is het in makkelijk *giet- en *smeedbaar. Zilver kan worden *gelegeerd met ogoud en okoper. oZilver zal worden toegevoegd aan ogoud om het minder zacht te maken. oKoper zal worden toegevoegd aan zilver om het harder te maken. Eerste gehalte (925/1000) bestaat meestal uit 92,5% ozilver en 7,5% okoper, tweede gehalte (835/1000) uit 83,5% ozilver en 16,5% okoper en derde gehalte (800/1000) uit 80% ozilver en 20% okoper. De afkorting BWG (beneden het wettelijk gehalte) duidt op een zilvergehalte dat lager is dan 80%. Als het gaat oxideren door blootstelling aan zuurstof zal het zwart worden. oZilver is het meest voorkomende edelmetaal dat gebruikt is voor boekbeslag en is soms *verguld.
D Silber E silver F argent

Zilversmid
is een persoon die hoofdzakelijk met edelmetalen werkt en die vroeger bijna exclusief mannelijk was.  De misvatting, dat ozilversmeden alleen met ozilver werken, is veelvoorkomend maar onjuist. De ozilversmid vervaardigd en repareert voornamelijk smeedwerk. Denk hierbij aan het staand *drijven of *gieten van corpuswerk zoals, schalen, kandelaars, tafelzilver en kerkelijke voorwerpen. De zilversmid die dit maakt noemt men ook wel een grootwerker. De zilversmid die, zitten aan een stavelij (een speciaal vormgegeven werkbank), vooral *gestempelde of *geciseleerde lepeltjes, doosjes en knopen maakt, noemt men dan ook een kleinwerker. Al geeft de naam een indicatie van de grote van de objecten die ze maken, beide zijn uitstekend in staat om boekbeslag te maken. Hij of zij maakt gebruik van een aambeeld, staken, ponsen en hamers. Het verschil tussen een ogoudsmid en een ozilversmid wordt bepaald door de technieken en gereedschappen die worden gebruikt niet door het materiaal.
D Silberschmied E silversmith F orfévre, forgeur d’argent